Toen ik onlangs het artikel in De Standaard las naar aanleiding van het boek van Dries Dulsster over verkrachtingscultuur, bleef het nog een tijdje bij me hangen.
We geloven graag dat seksueel geweld een zeldzaam, individueel probleem is’, zegt Dulsster. ‘We reduceren het tot iets dat gepleegd wordt door anonieme daders met onbekende slachtoffers. Een verkrachter is bij voorkeur een onguur figuur die in een donker steegje zijn nietsvermoedende slachtoffer staat op te wachten. Het is in geen geval iemand die op je lijkt of die je kent: je beste vriend, de buurman of je vader, “want zij zouden zoiets uiteraard nooit doen”. De cijfers spreken dat tegen. 70 à 80 procent van de verkrachtingen gebeurt door een bekende van het slachtoffer. Als we collectief blind blijven voor dit soort waarheden, houden we als maatschappij die verkrachtingscultuur in stand.’
Niet omdat ik dit soort feiten niet ken, maar omdat het iets raakt dat ik vaak in mijn werk als coach, traumahealer en trainer tegenkom. Het gesprek over seksueel grensoverschrijdend gedrag of verkrachting wordt vaak gevoerd in termen van ‘mannen zijn de daders en vrouwen de slachtoffers’. Dat is natuurlijk heel erg begrijpelijk. Seksueel geweld is een ernstig maatschappelijke probleem die vooral vrouwen overkomt. Het is een dan ook thema waar we vaak in onze trainingen rond werken.
En tegelijk merk ik dat ik er onrustig van word. Omdat er onder deze dynamiek van dader en slachtoffer nog een diepere vraag ligt.
Een vraag die mij al langer dan de dag van vandaag bezighoudt:
‘Wat leren wij eigenlijk, mannen en vrouwen over seksualiteit (al dan niet in een relatie)?’
Hoe leren we omgaan met onze verlangens?
Hoe leren we onze grenzen voelen en uitspreken?
Hoe leren we omgaan met seksualiteit, met intimiteit, met kwetsbaarheid?
Hoe leren we het gesprek met elkaar hierover aan te gaan?
Wanneer ik met koppels werk of met de mannen en de vrouwen uit onze programma’s spreek, merk ik vaak hetzelfde: de meeste mensen hebben dit eigenlijk nooit geleerd.
Relaties als spiegel van wat we hebben geleerd
Een paar weken geleden gaven mijn collega William Wilson en ik de workshop ‘Liefdesdans’. Tijdens dat weekend wordt duidelijk hoe sterk onze jeugd doorwerkt in onze relaties. De manier waarop we als kind liefde, nabijheid en grenzen hebben ervaren, vormt vaak onbewust de blauwdruk van hoe we later met partners omgaan.
Sommige mensen hebben het geluk gehad op te groeien in een gezin waar emoties benoemd mochten worden en waar verbinding vanzelfsprekend was. Maar veel mensen zijn opgegroeid in een omgeving waar gevoelens, laat staan over seksualiteit, nauwelijks gesproken werd wegens taboe, onwennig of té kwetsbaar.
We nemen die bagage mee in onze relaties en in ons latere dagdagelijkse leven (als volwassene).
En soms bekruipt me dan de eenvoudige vraag:
hoe kunnen we nu verwachten van onszelf en van onze partner dat intimiteit en seksualiteit als vanzelf goed zullen gaan als we hier eigenlijk nooit iets over geleerd hebben?
Hoe jongens leren wat seksualiteit is.
Een vraag die mij vaak bezighoudt in mijn werk is: hoe leren jongens eigenlijk wat seksualiteit is?
Gelukkig zijn er mijn mannelijke collega’s die me hier meer over kunnen vertellen. Zodat ik ook kan begrijpen wat er aan de andere kant gebeurt.
Voor veel jongens begint die ontdekking met een vrij eenvoudig script. Opwinding, erectie, penetratie, orgasme, ontspanning. Seks wordt zo gekoppeld aan een routine die vooral draait rond ontlading.
Met dat script stappen veel jonge mannen hun eerste relatie binnen.
Niet omdat ze slechte intenties hebben, maar omdat ze eenvoudigweg niet geleerd hebben dat seksualiteit ook iets anders kan zijn.
Daar komt dan ook nog bij dat veel jongens vandaag de dag hun eerste beelden van seksualiteit via pornografie krijgen. In die wereld gaat seksualiteit zelden over verbinding vanuit het hart , kwetsbaarheid, jezelf tonen. Het gaat vaak over prestatie, snelheid en ontlading.
Wanneer dat het belangrijkste referentiekader wordt, is het niet zo vreemd dat veel mannen een vrij beperkt beeld ontwikkelen van wat seksualiteit kan zijn. En ook niet weten hoe ze op een liefdevolle verbindende manier met een vrouw kunnen verbinden.
En toch zie ik in het werk dat William en Pieter hier doen bij de Relatieacademie dat mannelijke intimiteit en seksualiteit ook een heel andere richting kan nemen.
Wanneer mannen leren vertragen. Wanneer ze leren voelen in plaats van presteren. Wanneer seksualiteit niet langer alleen een manier is om spanning kwijt te raken, maar ook een plek wordt waar het hart in betrokken is en waar verbinding en kwetsbaarheid kunnen ontstaan.
Dan verandert er iets fundamenteels. En dat merk ik ook aan mezelf als vrouw als ik met deze mannen in contact ben.
En wij vrouwen?
Natuurlijk gaat dit verhaal niet alleen over mannen. Hoe gaan wij als vrouwen om met onze seksualiteit en kunnen wij zelf ons verlangen ownen en leren dragen?
Ook vrouwen dragen hun eigen opvoeding en geschiedenis mee in hoe ze omgaan met seksualiteit.
In gesprekken met vrouwen hoor ik vaak hoe moeilijk het kan zijn om precies te voelen wat ze zelf willen. Veel vrouwen hebben geleerd om harmonie te bewaren, om rekening te houden met de ander, om zich aan te passen.
Daardoor ontstaat soms een moeilijke vraag.
Zeg ik nu ‘ja’ omdat ik het zelf echt wil of omdat ik de ander niet wil teleurstellen? Of zeg ik nu ‘nee’ omdat ik de ander echt niet wil of omdat ik zelf niet meer voel wat mijn verlangen is?
Volwassen vrouwelijke seksualiteit vraagt daarom ook iets moedigs: ownership.
Het vraagt van vrouwen dat ze zich opnieuw leren verbinden met hun lichaam en hun eigen verlangen. En niet alléén je verlangen voelen maar het ook durven uitspreken. En zo ook voor je grenzen. Durf jij als vrouw je grenzen te voelen en te benoemen? Helder te benoemen. ‘Ja’ is een duidelijk ‘ja en verlangen’ en ‘nee’ is een duidelijke ‘nee vanuit dat wat je op dat moment voelt’.
Wanneer vrouwen dat doen, ontstaat er iets wat ik in mijn werk vaak zie gebeuren: meer helderheid in relaties. En die helderheid brengt verbinding, echtheid, waarheid, liefde en rust.
Heel vaak zie ik koppels in het volgende scenario:
Mannen vertellen dat ze zich regelmatig afgewezen voelen. Ze verlangen naar meer intimiteit en seksualiteit en begrijpen niet altijd goed waarom hun partner dat niet wil.
Vrouwen vertellen vaak een ander verhaal. Dat ze ‘ja’ zeggen tegen seks terwijl ze eigenlijk geen zin hebben. Niet omdat ze hun partner niet graag zien, maar omdat ze nog met de kinderen bezig zijn, nog met praktische dingen bezig zijn maar ook omdat ze de verbinding met hun partner missen. En dan vinden ze het vaak ook nog moeilijk om hun eigen grens uit te spreken. En dus komt er een soort stilzwijgende toestemming waar het oude script gewoon gedraaid wordt. Seks die gemiddeld 5-7 min duurt en die eigenlijk een soort spanning los maar in de diepte geen verbinding maakt en leeg is.
Wat mij raakt in veel van deze verhalen is het feit dat ze ondanks ‘allemaal net anders’, ze toch allemaal over hetzelfde gaan: ‘hij heeft geleerd dat seks een manier is om spanning kwijt te raken. Zij heeft geleerd om zich aan te passen en om de verbinding ‘goed’ te houden. En seks wordt een soort ‘routine en ruil-handel’ in plaats van ‘liefde maken in de verbinding met je geliefde’.
Terwijl als je samen gaat ontdekken waar seksualiteit écht om gaat, dan kom je tot een totaal ander verhaal. Seksualitiet is veel ruimer en breder dan de 5-7 min seks. Het is een manier om je te diepste met een ander mens te verbinden. En een plek waar je de ander écht kan ontmoeten voor wie hij of zij is.
Uit de dramadriehoek stappen.
Wat mij opvalt in maatschappelijke discussies en debatten over grensoverschrijdend gedrag, verkrachting en seksualiteit, is hoe snel we in een dynamiek van beschuldigen en verdedigen terechtkomen. Het gesprek wordt dan al snel een verhaal van daders en slachtoffers.
Maar ergens voelt dit voor mij vaak te ‘eenvoudig’. Te polariserend. Alsof we de complexiteit van menselijke relaties reduceren tot twee kampen.
Begrijp me niet verkeerd: seksueel geweld moet absoluut benoemd en begrensd worden. En tegelijk merk ik dat we vaak blijven hangen in het zoeken naar ‘een schuldige’, terwijl we minder kijken naar de diepere vraag hoe we als mannen en vrouwen eigenlijk leren omgaan met intimiteit, macht, kwetsbaarheid en seksualiteit.
In het publieke debat gaat het vaak over mannen die vrouwen misbruiken. En dat gebeurt helaas ook. En er zijn ook andere vormen van misbruik waar zelden over gesproken wordt. Vrouwen die mannen emotioneel kwetsen, diep raken, vernederen of manipuleren. Relaties waarin partners, zowel mannen als vrouwen, elkaar op een subtiele manier beschadigen.
Ook dat gebeurt. En vaak in stilte.
Juist daarom geloof ik dat we in relaties verder moeten durven kijken dan de eenvoudige rollen van dader en slachtoffer. Want zodra we die rollen vastzetten, wordt het moeilijk om werkelijk verantwoordelijkheid te nemen voor onze eigen plek in de dynamiek tussen twee mensen.
En misschien ligt daar wel een belangrijk begin van verandering.
Gezonde relaties vragen iets anders. Ze vragen dat beide partners bereid zijn om uit de dramadriehoek te stappen en verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen stuk.
Voor mannen betekent dat verantwoordelijkheid nemen voor hun energie, hun verlangens en hun gedrag.
Voor vrouwen betekent dat verantwoordelijkheid nemen voor hun grenzen, hun lichaam en hun stem.
En voor beiden betekent het verantwoordelijkheid nemen voor de kwaliteit van de relatie. Zowel voor de intimiteit als voor de seksualiteit.
Een uitnodiging tot groei
In het werk dat we bij de Relatieacademie doen zie ik telkens opnieuw hoe krachtig het kan zijn wanneer mensen bewust met deze thema’s aan de slag gaan.
Wanneer mannen in het programma samen met andere mannen onderzoeken wat volwassen mannelijkheid voor hen betekent. En wanneer vrouwen samen met andere vrouwen hun lichaam, grenzen en verlangens opnieuw leren voelen en ownen.
Niet vanuit schuld of verwijt.
Maar vanuit een diep verlangen om bewuster, vrijer en liefdevoller te relateren.
Misschien ligt daar wel de belangrijkste uitnodiging die in het huidige maatschappelijke debat verscholen zit.
Niet alleen kijken naar wat er misloopt maar onszelf de vraag stellen:
Hoe kan ik zelf groeien in de manier waarop ik liefheb, verlang en verbind?