Lichamelijke intimiteit en seksualiteit vormen een belangrijk onderdeel van een liefdesrelatie. Ze voeden de verbinding, geven plezier en versterken de band tussen partners. Tijdens liefdevol vrijen gebeurt er bovendien van alles in ons lichaam. Verschillende hormonen en neurotransmitters zorgen ervoor dat we ons ontspannen, verbonden en gelukkig voelen. Een van de bekendste daarvan is oxytocine, ook wel het hechtingshormoon genoemd. Daar kom ik later in deze blog op terug.

Hoe kan het toch dat iets wat in het begin van een relatie zo vanzelfsprekend en spannend voelt, na verloop van tijd langzaam naar de achtergrond verdwijnt?

Veel koppels die ik begeleid herkennen hetzelfde patroon. In de verliefdheidsfase lijkt seksualiteit als vanzelf te stromen. Er is nieuwsgierigheid, speelsheid en verlangen. Maar na enkele jaren sluipt vaak de voorspelbaarheid binnen. De manier waarop er wordt gevreeën verandert nauwelijks meer, de nieuwsgierigheid neemt af en meestal is er één partner die steeds minder zin krijgt. De ander blijft vervolgens op zijn of haar honger zitten. Zo ontstaat langzaam een vicieuze cirkel waarin lichamelijke intimiteit steeds verder uit de relatie verdwijnt.

Ergens is dit proces ook voorspelbaar. Rond diezelfde periode komen veel koppels terecht in het spitsuur van hun leven. Jonge kinderen vragen aandacht, werk en carrière nemen veel tijd in beslag, er is zorg voor ouder wordende ouders, een druk sociaal leven en een agenda die voortdurend overloopt. Seksualiteit wordt dan gemakkelijk iets wat je “er ook nog bij moet doen”, terwijl juist rust, aandacht en ontspanning voorwaarden zijn om verlangen ruimte te geven.

De Belgisch-Amerikaanse relatietherapeut Esther Perel beschrijft dit prachtig in haar boek Erotische intelligentie (Mating in Captivity). Liefde en verbondenheid geven ons veiligheid en geborgenheid. Maar verlangen heeft daarnaast ook iets anders nodig: nieuwsgierigheid, speelsheid, verrassing en een zekere mate van vrijheid. Wanneer alles voorspelbaar wordt, verdwijnt het erotische vuur. Niet zozeer omdat de liefde verdwenen is, maar omdat de nieuwsgierigheid naar elkaar langzaam is uitgedoofd.

Het gesprek blijkt belangrijker dan de frequentie

Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat niet zozeer de frequentie van seks, maar vooral de kwaliteit van de communicatie over seksualiteit samenhangt met tevredenheid in de relatie. Al meer dan tien jaar wijzen onderzoeken in dezelfde richting. Koppels die regelmatig met elkaar praten over hun seksuele verlangens, behoeften, onzekerheden en fantasieën ervaren gemiddeld meer seksuele én relationele tevredenheid dan koppels die dat niet doen (Mark & Jozkowski, 2013). Een recente meta-analyse van Allen en Atkins (2025) bevestigt opnieuw dat open seksuele communicatie één van de sterkste voorspellers is van duurzame seksuele tevredenheid. Ook het werk van Amy Muise (2024) laat zien dat partners die nieuwsgierig blijven naar elkaars veranderende verlangens doorgaans meer verbondenheid en intimiteit ervaren.

Je hoeft niet iedere week een diep gesprek over seks te voeren. Het gaat veel meer om de houding waarmee je elkaar blijft ontmoeten. Durf je nieuwsgierig te blijven? Durf je te zeggen wat je fijn vindt, wat je mist of waar je nieuwsgierig naar bent? En minstens zo belangrijk: durf je met oprechte belangstelling naar de ander te luisteren zonder direct te oordelen of jezelf aangevallen te voelen? Misschien is dat wel de grootste uitdaging.

Waarom vinden we dit eigenlijk zo moeilijk?

We leren op school ontzettend veel dingen die belangrijk zijn in het leven. Maar als het over seksualiteit gaat, blijft het onderwijs vaak behoorlijk beperkt. We leren iets over voortplanting, anticonceptie en seksueel overdraagbare aandoeningen en dat is belangrijk. Maar we leren nauwelijks hoe we contact maken met ons eigen verlangen, over schaamte, over verschillen in verlangen tussen partners of over hoe je liefdevol over seksualiteit kunt communiceren.

Ook onze kennis van het eigen lichaam blijkt vaak verrassend beperkt. Ik spreek regelmatig mannen die nauwelijks weten hoe de vrouwelijke seksualiteit werkelijk werkt. Minstens zoveel vrouwen vertellen mij dat ze eigenlijk nog nooit echt goed naar hun eigen vulva hebben gekeken.

Daarom ben ik zo enthousiast over het prachtige boek A Celebration of Vulva Diversity van de Nederlandse illustrator Sam Hil Atalanta. Zij vroeg vrouwen van over de hele wereld een foto van hun vulva en hun persoonlijke verhaal op te sturen. Op basis daarvan maakte zij indrukwekkende illustraties, telkens voorzien van het verhaal van de vrouw zelf.

Haar boek is een liefdevolle ode aan diversiteit. Geen twee vulva’s zijn hetzelfde en juist daarin schuilt hun schoonheid. Wat mij betreft is dit een boek dat iedere vrouw én iedere man eens zou mogen inkijken. Want hoe beter we ons eigen lichaam en dat van onze partner leren kennen, hoe gemakkelijker het wordt om zonder schaamte over seksualiteit te spreken. Ik heb een exemplaar in mijn praktijkruimte liggen.

Het begint bij jezelf

Een goed gesprek over seksualiteit begint niet bij je partner, maar bij jezelf: durf jij stil te staan bij jouw eigen verlangen?

Nog voordat een verlangen zich helemaal kan ontvouwen, verschijnt er bij veel mensen al een innerlijke stem. “Dat hoort niet. Dat is egoïstisch. Wat zal mijn partner daarvan vinden? Misschien ben ik wel raar.” Die stemmen zijn vaak verbonden met de boodschappen die we als kind van onze ouders hebben meegekregen.

Werd er bij jou thuis open gesproken over seksualiteit, of was het een onderwerp waar vooral over gezwegen werd? Ging het voornamelijk over voorzichtig zijn, zwangerschap voorkomen en ziektes vermijden, of kreeg je ook mee dat seksualiteit een bron van plezier, verbinding en speelsheid kan zijn?

Stel je eens voor dat je ouders jou ongeveer het volgende hadden meegegeven:

“Seksualiteit is een mooi en belangrijk onderdeel van onze relatie. We genieten ervan en maken er bewust tijd voor. We luisteren naar elkaar, vertellen eerlijk wat we fijn vinden en blijven nieuwsgierig naar elkaar. Soms proberen we iets nieuws uit en soms genieten we gewoon van elkaars fysieke nabijheid: lepeltje lepeltje liggen in de zetel. Het hoeft niet perfect te zijn; het mag vooral verbinden.”

Voor veel mensen zou zo’n boodschap een wereld van verschil maken hoe ze nu naar hun eigen seksualiteit kijken.

Fantasie als speelruimte

Een onderdeel van het verlangen zijn ook onze fantasieën. Fantasieën hoeven niet uitgevoerd te worden om waardevol te zijn. Ze vertellen iets over onze nieuwsgierigheid, onze levendigheid en onze behoefte aan spelen.

Kijk maar eens hoe jonge kinderen volledig kunnen opgaan in hun fantasiewereld. Een stoel wordt een troon. Een jas verandert in een koninklijke mantel. Achter de keukendeur woont een draak die ieder moment wakker kan worden. Kinderen bewegen moeiteloos tussen fantasie en werkelijkheid.

Als volwassenen raken we dat vermogen vaak kwijt. We worden serieus. Het moet functioneel en efficiënt zijn.

We mogen op het gebied van seksualiteit weer iets terugvinden van die onschuldige speelsheid. Dat kan door elkaar voortdurend te verrassen, door onszelf toestemming te geven nieuwsgierig te blijven, naar wat bruist in onszelf én bij de ander.

De wijsheid van het lichaam

Lichamelijke intimiteit is niet alleen belangrijk voor de relatie, maar ook voor onze gezondheid. Tijdens liefdevol aanraken, knuffelen en vrijen maakt ons lichaam verschillende stoffen aan die bijdragen aan ons welzijn en de onderlinge verbondenheid. Dopamine speelt een belangrijke rol bij verlangen, nieuwsgierigheid en motivatie. Vooral in de eerste fase van verliefdheid is dit systeem zeer actief. Het verklaart waarom een nieuwe geliefde zo spannend kan voelen. Endorfines zorgen voor ontspanning en een gevoel van welbevinden. Ze zijn als het ware de natuurlijke pijnstillers van ons lichaam. Serotonine draagt bij aan een gevoel van tevredenheid en emotioneel evenwicht. Na een orgasme stijgt de waarde van prolactine, wat mede verklaart waarom veel mensen zich daarna ontspannen of slaperig voelen.

Bijzonder is vooral de rol van oxytocine. Dit hormoon komt vrij tijdens knuffelen, strelen, zoenen, liefdevol oogcontact en vrijen. Het helpt gevoelens van vertrouwen en verbondenheid te versterken en verlaagt tegelijkertijd het stresshormoon cortisol. Daardoor voelen partners zich vaak rustiger, veiliger en emotioneel dichter bij elkaar. Oxytocine is overigens geen magisch liefdeshormoon dat vanzelf alle relationele problemen oplost. Het versterkt vooral wat er al aanwezig is. Wanneer er veiligheid en vertrouwen in de relatie aanwezig is, verdiept oxytocine de verbondenheid. Is er juist veel spanning of wantrouwen, dan lost een knuffel die onderliggende problemen niet zomaar op.

Juist daarom blijft het gesprek zo belangrijk. Want echte intimiteit ontstaat niet alleen doordat lichamen elkaar ontmoeten, maar doordat twee mensen elkaar steeds opnieuw durven te laten zien en te laten horen wat er in hen leeft.

Misschien is dat uiteindelijk wel de belangrijkste uitnodiging van deze blog. Niet om vaker seks te hebben, maar om vaker nieuwsgierig te zijn en daarover met elkaar in gesprek te gaan. Dat gaat over de nieuwsgierig naar jezelf en naar je partner.

En af en toe de moed te verzamelen om die eenvoudige, maar misschien wel spannendste vraag te stellen: “Vertel eens… waar verlang jij nu naar?”

Bronnen en leestips

Bronnen en leestips

Allen, E. S., & Atkins, D. C. (2025). A Meta-Analysis of Sexual Communication and Relationship Outcomes. The Journal of Sex Research. Uitgever: Taylor & Francis.

Atalanta, S. H. (2023). A Celebration of Vulva Diversity. Uitgever: The Vulva Gallery.

Carter, C. S. (2014). Oxytocin Pathways and the Evolution of Human Behavior. Annual Review of Psychology. Uitgever: Annual Reviews.

Feldman, R. (2017). The Neurobiology of Human Attachments. Trends in Cognitive Sciences. Uitgever: Elsevier.

Herbenick, D., Reece, M., Schick, V., Sanders, S. A., Dodge, B., & Fortenberry, J. D. (2017). National Survey of Sexual Health and Behavior. Uitgever: Indiana University / Center for Sexual Health Promotion.

Kleinplatz, P. J. (2012). Magnificent Sex: Lessons from Extraordinary Lovers. Uitgever: Routledge.

Mark, K. P., & Jozkowski, K. N. (2013). The Mediating Role of Sexual and Relational Communication in the Association Between Sexual Function and Sexual Satisfaction. Archives of Sexual Behavior. Uitgever: Springer.

Muise, A. (2024). Publicaties over seksueel verlangen, seksuele communicatie en relationele tevredenheid. Uitgever: diverse wetenschappelijke tijdschriften; verbonden aan York University.

Perel, E. (2006). Mating in Captivity: Unlocking Erotic Intelligence. Uitgever: Harper. Nederlandse vertaling: Erotische intelligentie. Uitgever: Lev.