Recent overleed de vader van een goede vriendin van mij. Hun relatie was intens en complex. Hij was geboren in het Midden-Oosten. Haar moeder is Nederlands. Ze noemt het zelf haar “dubbel bloed”. Ik heb haar vader nooit ontmoet, maar in het vuur dat zij in zich draagt en ik ook in onze gesprekken heb ervaren, voel ik zijn aanwezigheid. Alsof zijn Egyptische wortels aan haar zijn doorgegeven. Die passie en dat vuur waardeer ik erg in haar.
Wanneer autonomie plaatsmaakt voor afhankelijkheid
Vuur dat vuur ontmoet, geeft vuurwerk. Haar vader was KNO-arts in het ziekenhuis, zij is lichaamsgericht therapeut. Allebei toegewijd aan het helen van mensen, maar vanuit een totaal andere visie. Ze begrepen elkaar niet, en dat onbegrip deed pijn bij haar en vermoedelijk ook bij hem.
Ik werd diep geraakt door wat ze deelde over de laatste fase van zijn leven. Ze sprak met zachtheid en liefde over haar vader. Hij woonde inmiddels in een verpleeghuis. De overgang daarnaartoe was moeizaam. Begrijpelijk voor een trotse, autonome man. Hij gaf zelf sturing aan zijn leven en nu kon dit niet meer. Haar moeder deed in de lastige periode regelmatig een beroep op haar dochter, waardoor oude patronen van strijd opnieuw naar boven kwamen. Uiteindelijk moest haar vader toegeven: thuis wonen ging echt niet meer.
Wat volgde was een proces van loslaten waarin de woorden verdwenen en aanraking steeds meer de plaats innam van taal. Niet meer het hoofd, maar het lichaam ging spreken. Niet meer strijd via woorden, maar vrede via de handen. De taal van het lijf bracht verbinding waar eerder afstand was.
Van woorden naar aanraking
Ze was bij hem in de laatste dagen. Niet om nog veel te zeggen, maar om aanwezig te zijn. Aanwezig met haar ogen en met haar handen. Ze was erbij toen hij stierf. “Overging naar de andere zijde,” zoals ze het zelf verwoordde. Er klonk blijdschap in haar stem toen ze dat vertelde. Zijn overgave aan de dood was voor haar een groot geschenk. Ze hield zijn arm vast op het moment dat hij zijn laatste adem uitblies. Ze voelde, zei ze, hoe hij overging van een ziek lichaam naar een vrije ziel. Ze was dankbaar dat ze zo dichtbij mocht zijn op dat meest intieme moment.
Het bracht mij terug naar het overlijden van mijn eigen vader, inmiddels dertien jaar geleden. Een man van zwart-witdenken, trots dat hij nooit op een besluit terugkwam. Ook met hem heb ik gevochten, net als mijn vriendin met haar vader. En toch… ook ik mocht in de laatste dagen getuige zijn van een andere kant van hem. Mijn vader verwelkomde de dood. Als overtuigd katholiek kon hij na het ontvangen van het laatste sacrament in vrede zijn schepper ontmoeten, zoals hij het zei. Zijn overgave raakte me diep. Het was een kant van hem die ik tijdens zijn leven nauwelijks had gezien.
Wat afscheid ons leert over liefde
In het werk dat we doen rond relaties en relateren, komt ook het afscheid steeds terug. Rouw, verlies, loslaten, overgave. Het zijn wezenlijke thema’s. En we weten allemaal: op een dag nemen we afscheid van onze ouders in hun fysieke vorm. Hoe moeizaam de relatie ook was, we mogen hen danken voor het leven dat zij ons geschonken hebben. Want als je van het leven houdt, kun je niet anders dan erkennen dat zij het leven hebben doorgegeven.
Wie we liefhebben, leeft na de dood in ons voort. In ons hart, in onze verhalen, in onze herinneringen. In mijn praktijkruimte in Maarn staat een foto van mijn vader naast mijn stoel. Hij is er altijd als ik daar werk. Tussen mijn stoel en die van mijn cliënten staat een houten kist, inmiddels125 jaar oud, gemaakt door mijn overgrootvader: de man naar wie mijn vader is vernoemd. Mijn vader werkte zijn hele leven in het familiebedrijf dat uit die timmermanslijn is voortgekomen. De energie van beide mannen, vader en overgrootvader, is voelbaar in mijn praktijkruimte.
De generatielijn als bron
Een van mijn belangrijkste leermeesters, Willem Poppeliers, zei ooit: pas na het overlijden van je ouders krijg je als kind toegang tot het volledige potentieel dat zij je hebben meegegeven. Niet alleen dat wat ze hebben geleefd, maar ook dat wat ze níet hebben geleefd. Het gaat voorbij alle pijn en gemis in de relatie, en raakt aan het veld van de generatielijn.
Stel je voor: je staat voor een grote uitdaging in je leven. Iets waar je niet van weg kunt. Je staat stil, hebt geen idee wat je moet doen. Beeld je dan eens in: achter jou staat een rij van honderden, duizenden mannen of vrouwen: jouw voorouders. Ze fluisteren zacht: “Toe maar. Je weet diep vanbinnen wat je te doen hebt. Wij zijn er voor je.”
Gesteund door wie achter ons staat
Voorbij de eenzaamheid. Verbonden met het veld waar jij toe behoort. Je hebt toegang tot alle levenservaring van de generaties voor jou. Een soort ChatGPT in je rug, maar dan in jou aanwezig.
Is dat mogelijk? Ja, wat mij betreft wel.
En… oefening baart kunst. Ga maar eens rustig zitten. Sluit je ogen, voel je voeten op de grond en volg je ademhaling. Ontspan je buik bij het inademen. Stel je voor dat achter jou die lange rij aanwezig is. De mannenlijn als je man bent, de vrouwenlijn als je vrouw bent. Wat gebeurt er dan in jou? Wat voel je in je lichaam? Wat verandert er in jou? Kun je de gronding en de stevigheid voelen die in deze lijn aanwezig is?
Misschien is het wel de belangrijkste beweging die we in dit leven te maken hebben: niet alleen onze eigen plek innemen, maar ook erkennen dat we nooit alleen zijn. En dat de dood niet alleen verlies brengt, maar ook toegang geeft tot iets dat groter is dan wijzelf.