Wanneer carrière tussen ons in komt te staan

Thierry komt bij me voor een sessie. Op verzoek van zijn partner Roos, zo vertelt hij. Dat maakt me altijd alert. “Kom je hier voor jezelf of omdat je gestuurd bent?” is dan mijn eerste vraag. Thierry denkt even na. “Beide,” zegt hij eerlijk. “Zij gaf me een zetje, maar ik besef me zelf heel goed dat ik aan het vastlopen ben.”

Zijn vraag is helder: Hoe vind ik balans tussen werk en privé?
Wat volgt is het verhaal van een man die zijn werk goed doet. Mogelijk wel té goed. Thierry is CEO van een familiebedrijf dat al vijf generaties bestaat. De naam van het bedrijf is ook zijn familienaam. Het is zijn trots én zijn last. Overdag stuurt hij het bedrijf aan. ’s Avonds werkt hij zijn vele e-mails af. In het weekend zijn er overleggen met neven, ooms, aandeelhouders: allemaal familie.

“Het lijkt alsof ik altijd ‘aan’ moet staan,” zegt hij. “Er is nooit echt rust.” Er klinkt geen zelfmedelijden in zijn stem. Wél uitputting. En dat zie ik ook aan zijn lijf: het hoge tempo, de frons op zijn voorhoofd, de onrust in zijn ademhaling. Zijn lichaam spreekt de taal van iemand die al te lang op wilskracht draait. Het meest raakt me de vraag die hij stelt halverwege ons gesprek:  “Waarom krijg ik het niet voor elkaar, terwijl ik weet wat ik zou moeten doen?”

Herkenning uit mijn eigen verhaal

Wat Thierry beschrijft is geen onbekend terrein voor mij. Ook ik was die man die zichzelf vooral in de buitenwereld liet zien. Die zijn eigenwaarde haalde uit prestaties, status en maatschappelijke erkenning. En ook ik was die vader die er fysiek af en toe was, maar emotioneel vooral afwezig. De schaamte daarover voel ik nog steeds, als ik het zo opschrijf. De pijn van gemiste momenten. Van kinderen die vragen om aandacht terwijl ik met mijn hoofd al bij de vergadering van morgen zat.

En zoals bij Thierry, begon het bij mij niet zomaar. Het had alles te maken met mijn relatie met mijn vader. Mijn vader stond aan het hoofd van het familiebedrijf dat zijn grootvader – mijn overgrootvader – had opgericht. Een bedrijf dat niet alleen producten voortbracht, maar ook een naam, een identiteit en een druk om te presteren. Hij was achttien toen hij besloot niet te gaan studeren, maar in het bedrijf te stappen omdat zijn vader het volgens hem niet aankon. Zijn gevoel van verantwoordelijkheid en zijn perfectionisme dreef hem voort. Hij werkte keihard. Zelfs op zaterdagen. En als hij er thuis wél was, dan moesten wij vooral stil zijn. “Papa is moe, papa heeft rust nodig.” sprak mijn moeder dan.

Emotioneel was hij afwezig, ondanks zijn fysieke aanwezigheid.

Mijn moeder verhuisde op haar trouwdag van de grote stad naar een dorp waar ze niemand kende. Zonder rijbewijs, zonder netwerk, met een koele, afstandelijke schoonfamilie. En ik, als jongetje, besloot voor haar te zorgen. Zo werd de basis gelegd voor een dynamiek waarin ik mezelf leerde vergeten. In de schaduw van de mannelijke lijn, werd ‘zorgen voor’ mijn manier van overleven. Later werd ‘presteren’ mijn manier om erbij te horen en aan mijn vader te laten zien dat ik ook wel tot iets in staat was.

Loyaliteit als onzichtbare draad

Wat Thierry ervaart, is wat we in het systemisch werk een verstrikking noemen: een loyaliteit aan het familiesysteem die maakt dat je keuzes maakt die eigenlijk niet bij jou passen, niet goed voor jou zijn. Alsof je iets of iemand verraadt als je stopt met rennen, of kiest voor jezelf of je eigen gezin.

De Duitse psychotherapeut Bert Hellinger, grondlegger van familieopstellingen, zei ooit:

“Wat kinderen uit liefde voor hun ouders doen, is onvoorstelbaar. Ze volgen het lot van de ouders zelfs als het ten koste gaat van hun eigen leven.”

Precies dát zie ik bij Thierry. En ik ken het uit eigen ervaring. Het zijn geen bewuste keuzes, het is een diepgeworteld innerlijk script. Een script waarin je pas goed genoeg bent als je alles voor iedereen doet.

De verstrikking voorbij

Om werkelijk tot verandering te komen, is er meer nodig dan alleen inzicht. Zoals traumadeskundige Bessel van der Kolk stelt in zijn boek “The body keeps the score.”

“Je lichaam onthoudt alles wat je hoofd allang vergeten is. Patronen van overleving, zoals pleasen, te hard werken of jezelf wegcijferen, leven voort in je zenuwstelsel. Ze zijn voelbaar in je ademhaling, je spierspanning, je nachtrust. Daarom is verandering geen puur mentale kwestie. Je moet leren luisteren naar je lichaam.”

Bij Thierry zie ik precies dat mechanisme: een man die rationeel weet dat het anders moet, maar nog steeds geleid wordt door een diep innerlijk patroon dat zegt: Als jij het niet doet, valt alles uit elkaar.

De eerste stap is erkenning. Niet alleen mentaal, maar ook fysiek. Want je lijf weet vaak al wat je hoofd nog probeert te ontkennen.

Hoe kom je dan uit die fuik?

Ten eerste is het nodig om te erkennen dat deze patronen diep in jouw systeem zitten. Je doet dit niet omdat je koppig bent, maar omdat het systeem je (onbewust) vasthoudt. Wat ooit diende: loyaal zijn, hard werken, het goed doen, is in de volwassenheid niet altijd meer functioneel.

Wat kan helpen?

Ten eerste: Onderzoek je innerlijke overtuigingen.

Welke stem hoor je als je overweegt om een dag vrij te nemen? Die van je vader? “Je moet je verantwoordelijk gedragen.” Of die van je innerlijke kind: “Als ik niet presteer, tel ik niet mee.” Schrijf ze op. Maak ze bewust.

Ten tweede: Ga in gesprek met je partner.

Niet vanuit schuld, maar vanuit kwetsbaarheid. Wat is de impact van jouw keuzes op haar? Op jullie relatie? Op het gezin? Durf het te horen. Durf ook te delen wat jou moeilijk valt. Samen uit de fuik klauteren begint met samen kijken naar wat er is.

Ten derde: Luister naar de signalen van je lijf en handel ernaar. 

Je lichaam liegt niet. Het vertelt je dat het te veel is, lang voordat je hoofd dat erkent. Dat kan via gespannen schouders, een hoge ademhaling, onrustige slaap of een opgejaagd gevoel dat nooit lijkt te verdwijnen. Sta daar bewust bij stil. Waar voel je spanning? Wat gebeurt er in je buik als je ’s ochtends wakker wordt? Wat probeert je lijf je te vertellen? En nog belangrijker: durf je ernaar te luisteren? Want pas als je lijf zich veilig voelt, komt er ruimte voor échte verandering.

Ten vierde: Maak ruimte voor experimenten.

Verwacht niet dat je van vandaag op morgen in een ander ritme leeft. Begin klein. Zet één avond per week ‘werkvrij’ in je agenda. Ga wandelen. Zonder telefoon. Laat je lichaam weer wennen aan rust. Want juist daar, in de vertraging, komt het besef dat je lééft.

Als het lastig blijft…

Wees dan mild. Verandering is geen rechte lijn. Het is vallen, opstaan, en opnieuw kiezen. Soms zal je toch weer in het oude patroon terugvallen. Dat is niet erg. Dat moment kun je gebruiken om te reflecteren: wat trok me terug het systeem in? Die reflectie heb je dan wel te doen.

In de opleidingen en trainingen van de Relatieacademie oefenen we hier actief mee. Via lichaamswerk, opstellingen en reflectie maken we het onbewuste zichtbaar. We helpen je niet alleen om te beseffen wat je moet doen, maar ook daadwerkelijk handelingsperspectief te creëren.

Want uiteindelijk is dat wat groei is: het verschil tussen weten en belichamen verkleinen.

Tot slot: jouw leven is geen familierol

Je bent geen voortzetting van je vader. Of van het familiebedrijf. Of van oude verwachtingen. Je bent een mens met gevoelens, verlangens, relaties.

Als je het werk toelaat om op je schouders te rusten, zonder te dragen wat niet van jou is, ontstaat er ruimte. Letterlijke ademruimte en ruimte voor liefde, voor vaderschap, voor jezelf.

Want wat is het waard om CEO te zijn, als je kinderen zich later herinneren dat je er nooit écht voor hen was?

Wil jij ook onderzoeken hoe jouw familiedynamieken je keuzes beïnvloeden?
In onze trainingen en individuele trajecten brengen we samen in kaart wat jou nog tegenhoudt en helpen we je om los te laten wat niet (meer) van jou is.