RTL Nieuws in Nederland berichtte er vorige week over: ‘preventieve’ relatietherapie. Sanne omschreef het zo samen met haar vriend: een APK-beurt voor hun relatie (Algemeen Periodieke Keuring). Niet omdat het slecht ging, maar juist omdat het goed ging en ze het zo wilden houden. Relatietherapie is allang niet meer alleen voor stellen in crisis. Een generatie die niet wacht op de crisis, maar bewust investeert in wat ze heeft.

Wat de cijfers zeggen

Uit onderzoek van RTL blijkt dat 1 op de 8 Nederlanders al eens relatietherapie heeft gevolgd. Onder de 35 jaar ziet 63% het als heel normaal, en meer dan de helft van die groep denkt dat het voor ieder stel nuttig kan zijn. In Nederland is dat een verschuiving. Belangrijke redenen zijn: terugkerende ruzies en miscommunicatie (46%) en uit elkaar groeien (34%).

De sluipende slijtage

Dat uit elkaar groeien gaat vaak ongemerkt. Er sluipt iets binnen: afstand. Subtiel, bijna onzichtbaar. Er liggen veel verantwoordelijkheden op ieders bord, zeker wanneer er kleine kinderen zijn. Dan is de neiging om het elkaar niet té lastig te maken. Beiden handelen vanuit zorg voor de relatie, en toch versterken ze elkaar precies in het patroon dat ze eigenlijk niet willen. Een dans tussen twee beschermingsmechanismen die elkaar onbedoeld voeden. Van buiten ziet het er stabiel uit. Van binnen leeft een groeiende eenzaamheid naast de persoon van wie je houdt.

Verlatingsangst en bindingsangst

Wat onder die slijtage vaak meespeelt, maar zelden bij naam wordt genoemd, is de spanning tussen verlatingsangst en bindingsangst. Die twee bewegen zich als een stille choreografie door de relatie.
Degene met verlatingsangst zoekt bevestiging, wil dichterbij, vraagt om verbinding. Maar hoe meer hij of zij naar de ander toebeweegt, hoe meer de ander ruimte nodig heeft. Want degene met bindingsangst ervaart nabijheid onbewust ook als dreiging: te veel versmelten, te veel afhankelijkheid, iets van zichzelf verliezen. En zo trekt hij of zij zich terug, precies op het moment dat de ander het meest behoefte heeft aan contact.
Beiden spiegelen iets uit hun vroegste ervaringen van verbinding en veiligheid. Niet als keuze, maar als diepgeworteld beschermingsmechanisme. Het pijnlijke is dat ze elkaar zo gevonden hebben: de aantrekkingskracht zat vaak in precies die aanvulling op elkaar. Maar wat eerst als aanvulling voelde, kan langzaam een bron van spanning worden wanneer het patroon niet bewust wordt gemaakt.
Wanneer koppels hier iets van gaan herkennen, in zichzelf en in de ander, ontstaat er iets anders dan verwijt of onbegrip. Er ontstaat ruimte voor nieuwsgierigheid.

Verdiepen op de verbinding

Een belangrijk thema wanneer koppels die stap naar therapie of training zetten, is de dynamiek van mannelijke en vrouwelijke energie. In een gezonde relatie is er een levende polariteit, een wisselwerking van leiding en overgave, kracht en zachtheid, geven en ontvangen. Wanneer die polariteit verstrikt, koelt de aantrekkingskracht. De vrouw neemt meer regie, de man trekt zich terug in een meer zorgzame rol. Allebei doen ze wat logisch voelt, maar de vonk wordt stiller.
Herontdekken vraagt dan meer dan een goed gesprek. Het vraagt dat beiden opnieuw contact maken met hun eigen levensenergie en verlangen, ieder voor zich én samen. En dat wat ooit zo aantrekkelijk was in de ander, het anders-zijn, opnieuw leren zien als bron in plaats van als wrijving.

Niet wachten op de pech

42% van de koppels die therapie of training overwogen, deed het uiteindelijk niet omdat de partner het niet wilde. Achter dat cijfer zit vaak de misvatting dat hulp zoeken betekent dat het niet goed gaat. Terwijl preventief investeren in je relatie precies het omgekeerde zegt: wat wij hebben is het waard om voor te zorgen.

Voor koppels die willen verdiepen, patronen willen doorbreken om opnieuw de Liefdesdans met elkaar te dansen, is er de gelijknamige koppeltraining van de Relatieacademie op 28 en 29 november. Twee intensieve dagen van ervaringsgericht werken: systemisch, lichamelijk, met anderen die dezelfde zoektocht willen ontdekken.