Mensen hebben van nature een creatieve geest. Zeker wanneer we goed in ons vel zitten. We kunnen ons van alles verbeelden. In onze fantasie kunnen we bijna eindeloos spelen. Ons creatievermogen is een ongelooflijke kracht. Het is iets wat ons als mens onderscheidt van de dieren om ons heen. Wij kunnen werelden bouwen die er nog niet zijn. We kunnen mogelijkheden zien die nog geen vorm hebben.

Kunstenaars zijn meesters in dat verbeelden. Schrijvers nemen ons mee in een wereld die alleen in woorden bestaat, maar die in ons hoofd en hart helemaal tot leven komt. Filmregisseurs raken ons op een diepe emotionele laag met personages die we nooit hebben ontmoet en ook nooit in het echt zullen ontmoeten. Schilders raken ons met vormen, kleur, licht en schaduw. Zij raken ons op een diepe laag waar ons verlangen naar schoonheid en ontroering wordt ontmoet door wat zij voor ons hebben gemaakt.

Een jaar of vijftien geleden gaf ik aantal keer een training in Sint-Petersburg. Vooral eind mei en begin juni, wanneer het daar nauwelijks donker wordt, is dat een magische stad. Breed opgezette grachten, statige gebouwen. De invloed van Peter de Grote die in tijd in Amsterdam heeft gewoond is overal zichtbaar. In die stad staat de Hermitage. Een kolossaal museum, eerlijk gezegd foeilelijk en slecht onderhouden. Maar ergens in dat gebouw hangt een schat: een zaal met twintig schilderijen van Rembrandt van Rijn. Wanneer je die zaal binnenloopt, zie je als eerste ‘De terugkeer van de verloren zoon’. Ik weet nog precies wat er toen gebeurde. Ik stapte naar binnen en stond als aan de grond genageld. Het spel met licht en donker, de handen van de vader, de ene krachtig de andere zacht, alsof vader en moeder beide worden afgebeeld op de rug van de teruggekeerde zoon. De ene schoen van de knielende zoon die los is geraakt. De broer in het donker op de achtergrond, vol ingehouden afgunst. De tranen kwamen vanzelf. Ik heb daar zeker vijftien minuten gestaan terwijl de tranen bleven stromen, volledig geraakt door dit beeld.

Dat is de kracht van verbeelding. Rembrandt schildert een tafereel, eeuwen geleden, en vandaag raakt het iets in mij wat woorden nauwelijks kunnen vatten. Ik vermoed dat jij ook zulke ervaringen hebt gehad. Een boek, een film, een muziekstuk: iets wat je diep ontroerde. Verbeelding opent ons hart.

Spelen tussen werkelijkheid en fantasie

Kleine kinderen hebben nog volop toegang tot de magische wereld van verbeelding. In de leeftijd tussen drie en tien jaar kunnen ze moeiteloos schakelen tussen realiteit en fantasie. Een kartonnen doos wordt een ruimteschip. De vloer wordt hete lava waar je je aan brandt. Een knuffel krijgt een complete persoonlijkheid en een hele geschiedenis.

Ik heb intens genoten van het voorlezen aan onze twee kinderen. Hoe we samen in een verhaal doken en er nog onze eigen fantasie aan toevoegden. Realiteit en verbeelding liepen door elkaar heen op een gezonde, speelse manier. Dat is belangrijk. Zo ontwikkelen kinderen hun identiteit. Daarin oefenen ze met emoties, rollen, mogelijkheden. Naarmate we ouder worden, leren we onderscheid maken tussen fictie en werkelijkheid. Dat helpt ons om betrouwbaar te zijn, om ons tot elkaar te verhouden. Want wanneer fantasie en realiteit volledig door elkaar lopen, wordt het ingewikkeld om je tot de ander te verhouden in relaties.

Echter, soms is verbeelding voor kinderen niet alleen spel. Soms is ze noodzaak om te overleven.

Wanneer de realiteit te pijnlijk is

Voor sommige kinderen is de realiteit thuis helemaal niet veilig. Een ouder die onvoorspelbaar boos wordt. Een moeder die depressief is en geen aandacht geeft. Een vader die emotioneel afwezig is, of soms dronken thuiskomt en dan gewelddadig is. Een huis waarin spanning voortdurend in de lucht hangt en waar je je steeds moet voorbereiden op het ergste.

Een kind kan niet zeggen: “Dit is ongezond, ik vertrek.” Een kind is afhankelijk. Loyaliteit aan de ouders is geen keuze, het is overleving.

En precies daar wordt verbeelding iets anders. Dan wordt ze een overlevingsstrategie.

John Bowlby, de grondlegger van de hechtingstheorie, beschreef hoe essentieel een veilige hechtingsfiguur is. Wanneer die veiligheid ontbreekt, moet een kind innerlijk iets doen om dat gemis te dragen. Donald Winnicott, een Engelse kinderarts en psychotherapeut, sprak over het ontstaan van een aangepast zelf wanneer het ware zelf geen veilige bedding vindt.

Soms gaat dat proces om een veilige wereld te creëren nog dieper. Dan ontstaat er een parallelle wereld.

De goede moeder als alternatief

Ik denk aan Sarah, een cliënte met een hele grillige moeder. De ene dag warm, de andere dag koud en explosief. Soms werd ze geslagen. Soms werd ze dagenlang genegeerd. Wanneer ik haar vraag hoe ze als kind naar haar moeder keek, zegt ze:
“Mijn mama hield eigenlijk heel veel van mij. Ze kon het alleen niet goed tonen.”

Terwijl ze dat zegt, zie ik haar schouders iets optrekken. Haar adem wordt oppervlakkig. Haar lichaam vertelt een ander verhaal.

Wat hier gebeurt, is iets wat in de psychologie beschreven is als het splitsen van de ervaring. Er is een ‘goede moeder’ en een ‘slechte moeder’. Het beeld van de goede moeder moet intact blijven. Want als moeder volledig slecht is, dan is de wereld te onveilig om het in vol te houden. Dit gaat over loyaliteit als overlevingsmechanisme.

Dus creëert het kind een ideaalbeeld: een innerlijke veilige versie van moeder. Een parallelle werkelijkheid waarin ze wél beschermt, je wél ziet, wél liefdevol voor je is.

Verbeelding wordt dan bescherming. Er is bijna geen onderscheid meer te maken tussen realiteit en fictie.

Dissociatie als schuilplaats

Sommige kinderen gaan nog een stap verder. Ze trekken zich innerlijk terug. Ze fantaseren zichzelf naar een andere plek wanneer het thuis escaleert. Ze worden de held in hun eigen verhaal. Ze verdwijnen urenlang in boeken of dagdromen.

Onderzoekers als Pierre Janet, een Franse psychiater die als een van de eersten dissociatie beschreef als een psychisch mechanisme bij overweldigende of traumatische ervaringen en later Bessel van der Kolk, een Nederlands-Amerikaanse psychiater en traumadeskundige, bekend van The Body Keeps the Score, waarin hij laat zien hoe trauma zich vastzet in het lichaam, beschreven dissociatie als overlevingsmechanisme. Niet altijd spectaculair of dramatisch, eerder subtiel. Het is een innerlijke verschuiving weg van wat te heftig is in de realiteit.

Fantasie wordt dan geen spel meer, maar een schuilplaats. Het helpt om overweldigende emoties te reguleren en het beschermt de hechtingsband met de ouders. Zolang het kind kan blijven geloven dat mama eigenlijk goed is, blijft de wereld leefbaar.

Wanneer het later tegen je werkt

Wat ooit een briljante oplossing was, kan in het volwassen leven een valkuil worden.

Ik zie in mijn praktijk volwassenen die partners idealiseren, ondanks duidelijke signalen dat het in deze relatie niet veilig is. Die blijven hopen en geloven dat de ander “diep vanbinnen eigenlijk goed is”. Dat zijn volwassenen die hun intuïtie wantrouwen, omdat ze niet in staat zijn om het proces van idealiseren los te laten. Dat is geen zwakte, maar een oud, hardnekkig overlevingspatroon.

Het innerlijke ideaalbeeld dat ooit nodig was om als kind te overleven, wordt in het hier en nu geactiveerd in deze liefdesrelatie. Er staat immers, net als vroeger, iets dat waarde heeft op het spel. We blijven geloven in de versie van de ander die we zo graag willen zien. Zelfs wanneer ons lichaam iets anders zegt. In het lijf ontstaat vaak de  spanning, want ergens weten we het wel dat we onszelf voor de gek houden. Het lichaam is veel eerlijker in haar taal dan onze gedachten en onze woorden.

De weg terug naar jezelf

Heling vraagt niet dat je je fantasie afwijst. Integendeel: jouw verbeeldingskracht is een enorme kwaliteit. Ik nodig je wel uit om te onderzoeken waar je nog vasthoudt aan een beeld dat niet overeenkomt met de werkelijkheid. Dat vraagt moed en het vraagt de bereidheid om te rouwen. Rouw om de moeder die je nodig had maar niet kreeg. Rouw om het veilige thuis dat er niet was.

Judith Herman, Amerikaanse psychiater en auteur van Trauma and Recovery, beschrijft dat het herstel van trauma gericht op herstel van veiligheid, erkenning en herverbinding begint met het erkennen van wat er werkelijk gebeurd is. Zonder die erkenning blijft het lichaam alert en gespannen. In onze trainingen werken we daarom veel met het lichaam. Want waar woorden nog kunnen verbloemen, spreekt het lijf eerlijk. Daar voel je of iets klopt.

Je hebt veiligheid nodig om dit onder ogen te zien. En je hebt mildheid nodig voor het kind dat in zulke lastige omstandigheden moest opgroeien. Je hebt jouw innerlijke kind als het ware op schoot te nemen en te troosten.

Langzaam kan verbeelding weer worden wat ze oorspronkelijk was: een bron van creativiteit, inspiratie en bezieling. Niet langer een schild tegen de werkelijkheid, maar een vrije stroom van leven.

Een uitnodiging

Misschien herken je iets van jezelf in deze blog. Misschien heb jij ooit een innerlijke wereld gebouwd omdat de echte wereld te heftig was. In dat geval wil ik je zeggen: dat was geen zwakte maar wijs om te doen. Dat was jouw overlevingsstrategie.

En misschien is het nu tijd om stap voor stap te onderzoeken waar fantasie nog bescherming is, terwijl je eigenlijk al sterk genoeg bent om de werkelijkheid aan te kunnen. Dat is de beweging waar het uiteindelijk om gaat.
Van overleven naar leven.

Van ideaalbeeld naar waarheid.

Van aanpassen naar thuiskomen in jezelf.