‘Ik wil gewoon echte en diepe verbinding,’zei ze met een zucht ‘en ik weet niet waarom dat maar niet lukt.’ En Jana is niet de enige die met dit verhaal naar me toekomt.
Het is een zin die ik vaak te horen krijg. Van de vrouwen in de praktijk maar ook van de vrouwen die de trainingen volgen. En, ik herken hem ook, die zin. Hmmm…
Ergens raakt die zin een wens. Een wens die universeel is.
We willen ons gezien voelen. Begrepen. Dichtbij iemand kunnen zijn zonder onszelf te verliezen.
We zijn natuurlijk, in de kern van ons mens-zijn, relationele wezens. We verlangen ernaar om onszelf in de ander te herkennen en samen iets op te bouwen dat vervullend en betekenisvol is. Een echt partnerschap. Dat is wat we willen.
En toch… blijkt die echte verbinding voor veel mensen nét moeilijk te zijn.
Het subtiele verschil tussen verlangen en gedrag
Wanneer we spreken over verbinding, hebben we vaak een vanzelfsprekend beeld en een warm gevoel. We weten precies wat we willen. Maar als je iets beter kijkt naar hoe dat verlangen zich in het dagelijkse leven toont, dan zie je een subtiel verschil ontstaan tussen wat we zeggen en wat we doen.
We verlangen naar verbinding.
En tegelijkertijd spreken we niet altijd uit wat er werkelijk in ons leeft.
We houden gesprekken vaak luchtig, terwijl er onder de oppervlakte iets anders speelt.
Of we stemmen op de ander af, op de sfeer, op wat we passend vinden in het moment.
Of we slikken precies datgene in wat ons dichterbij zou kunnen brengen.
Niet omdat we dat bewust kiezen.
Maar omdat we niet weten hoe. Omdat we ergens hebben geleerd dat het veiliger is om de spannendste stukken van onszelf te houden. Of toch niet helemaal te tonen zoals ze écht zijn.
Verbinding vraagt moed
Echte verbinding klinkt warm en vanzelfsprekend.
Maar in de praktijk vraagt het moed. Het is net iets minder comfortabel dan het lijkt.
Het vraagt dat je zichtbaar wordt in net die stukken van jezelf die je liever niet toont.
Dus niet alleen tonen wat goed gaat. Niet alleen tonen waar je trots op bent. Niet alleen tonen waar je helemaal zeker over bent.
Neen, net het omgekeerde. Jezelf tonen juist met dat deel dat nog zoekend is. Dat stukje waar je twijfel voelt. Datgene doen waar je niet precies van weet hoe je overkomt.
Of benoemen waar je bang bent en zit met de idee ‘dat het misschien niet genoeg is’.
En precies daar wordt het spannend…en trekken we onszelf terug.
Wat Jana niet vertelde
‘We hebben het nohthans goed samen,’ vervolgt Jana. We praten veel. We hebben plezier. En toch voelt het vaak alsof hij mij niet echt ziet.’
Dus vroeg ik haar of ze zich wel helemaal durfde te tonen?
En toen beschreef ze een moment aan tafel waar haar lief vroeg hoe haar dag was geweest. Ze vertelde over haar werk, over praktische dingen. Alles klopte. Alles was waar.
En toch liet ze iets weg.
Wat ze niet vertelde, was dat ze zich die dag onzeker had gevoeld en getwijfeld had aan zichzelf toen haar baas haar iets gevraagd had te doen waarvan ze niet helemaal goed wist hoe en wat.
Toen ik haar vroeg wat er gebeurde op dat moment, werd het stil.
Ze trok haar schouders op en zei: ‘tja… dat zeg ik eigenlijk nooit want dat voelt te vaak te kwetsbaar.
En daar zit natuurlijk precies de angel en de sleutel.
Niet in wat er ontbrak bij haar partner maar wel in wat zij zelf niet liet zien.
Dat dunne, bijna onzichtbare laagje
Wat er dan ontstaat, is iets wat veel mensen herkennen.
Je praat. Je lacht. Je deelt dingen.
En toch blijft er iets tussen zitten.
Alsof er een dun, bijna onzichtbaar laagje aanwezig is.
Je merkt het vaak pas achteraf.
In een gevoel van ‘leuk maar net niet helemaal.’ Net niet de diepte in. Net niet geraakt. Alsof er iets open is blijven staan.
Niet omdat je partner iets wel of niet deed, maar omdat jij precies dat ene ding waar jij je niet ‘comfortabel’ voelt, niet inbrengt. Je hield je in over een deel van jezelf.
De rol van oude patronen
Als we hier dieper naar kijken, zien we dat dit zelden toevallig is.
Wat we als kind hebben geleerd over relaties, vormt de blauwdruk voor hoe we ons later verbinden.
Patronen die ooit helpend waren (aanpassen, inhouden, sterk blijven) nemen we mee in onze volwassen relaties. Weet je nog: die kleine meid op hoge hakken en die kleine jongen in een kostuum. (Zie vorige blog).
Misschien heb je geleerd dat emoties beter niet te veel ruimte innemen. Of dat mensen je alléén maar graag gaan zioen als je het ‘goed doet’.
Deze patronen beschermen je. Maar ze houden je ook op afstand van de ander.
Wanneer diepe verbinding ontstaat
En laat echte verbinding nu zelden ontstaan door perfecte woorden.
Of doordat iemand jou volledig begrijpt.
Diepe verbinding ontstaat op een ander moment.
Ten eerste wanneer je iets deelt wat voor jou ‘waarheid’ is, zonder precies te weten hoe de ander dit ontvangt.
Ten tweede wanneer je zegt wat je eigenlijk net niet wilde zeggen.
En ten derde wanneer je blijft zitten waar je normaal gesproken zou afhaken.
Wanneer je voelt: dit ben ik, ook al is het niet afgerond, niet mooi verpakt en niet volledig verklaarbaar.
Daar begint the magic
En soms, niet altijd, en zeker niet met iedereen gebeurt er dan iets bijzonders.
Er zit iemand tegenover je die niet wegkijkt, die je niet meteen probeert te fixen of in te vullen maar die er gewoon blijft. Ja, die persoon blijft gewoon aanwezig en naar je luisteren.
In die ruimte ontstaat iets wat je niet kunt forceren.
Een gevoel dat niets meer verborgen hoeft te worden.
Daar begint the magic. Daar begint échte en diepe verbinding.
Niet bij de vraag of de ander jou ziet maar bij de bereidheid om jezelf een klein beetje meer te laten zien dan je gewend bent. En dat is ongelooflijk spannend om te doen. En ik zeg het omdat dit één van de moeilijkste dingen is die ik ooit zelf te leren had.
Wat hield je tegen?
Misschien herken je het wel, zo’n moment waarop je iets wilde zeggen maar het toch niet deed.
Wat hield je tegen?
En wat had er kunnen gebeuren als je het wél had uitgesproken?
Dit zijn geen makkelijke vragen.
Maar ze openen wel de deur naar iets wat dichterbij ligt dan je denkt.
Maar daar stopt het niet
Maar daar stopt het niet.
Want jezelf laten zien is één kant van verbinding.
Wat er daarna gebeurt, bepaalt of het ook echt kan aankomen bij de ander.
Zonder echt luisteren, zonder ruimte aan de andere kant, blijft zelfs de meest eerlijke openheid in de lucht hangen.
En kan het paradoxaal genoeg nog steeds eenzaam voelen.